Verbindingen op straat

Hoe voelen mensen zich verbonden? Het is een vraag die lange tijd werd beantwoord door verwijzingen naar nationale feesten, gedeelde gebruiken, monumenten op straat en nieuwsvoorzieningen waarmee verschillende groepen in de samenleving zich van informatie bedienden. Vaak lees ik dat we ons in een staat van post-verzuiling bevinden, waarmee we niet per se goed raad weten. De veelzijdigheid van de werkelijkheid waarmee we tegenwoordig ons wereldbeeld kunnen voeden, is in ieder geval enorm toegenomen. Het belang daarvan wordt op veel verschillende manier onderzocht, maar lijkt nog niet doorgedrongen tot de dagelijkse politieke en bestuurlijke realiteit. Waar Rusland zich bijvoorbeeld beroept op haar aandeel in de ondergang van Nazi-Duitsland, in China de realiteit van de communistische partij als norm geldt en de VS zich vooral afvragen of hun grootsheid moet worden hervonden of beter gebruikt, lijkt in Nederland een duidelijk gedeelde structuur te ontbreken. Door de rijkdom en relatieve keuzevrijheid is dit misschien heel vanzelfsprekend omdat het weinig noodzaak biedt. Maar op de langere termijn is het volgens mij van groot belang om inzicht te krijgen in de manier waarop alternatieve samenhang tot stand komt.

Door het gemak waarmee informatie kan worden opgezocht die past bij eigen interesses en overtuiging, is de kans groot dat er een blinde vlek ontstaat voor andere wereldvisies in je directe omgeving. De informatie wordt namelijk veelal in een virtuele omgeving gezicht en gevonden. Daardoor liggen er echter wel veel mogelijkheden om aan de hand van objecten op straat een idee te krijgen van de manier waarop de verschillende aanwezige wereldvisies zich verhouden tot deze objecten. Ze worden immers niet uitgezocht, maar bevinden zich in de fysieke ruimte waar idereen nu eenmaal gebruik van moet maken in de dagelijkse gang van zaken. De objecten die zich hiervoor het beste lenen, zijn niet de objecten met een duidelijke functie, die reguleren immers dit dagelijks leven en vormen een functionele structuur waaraan verder weinig ‘grotere’ meningen te verbinden zijn. Het zijn vooral objecten die hun eigen identiteit aanbieden om geabsorbeerd te worden in grotere netwerken. En in mijn ogen zijn het kunstwerken die het beste aan deze omschrijving voldoen. Kunst in de publieke ruimte biedt daarmee de mogelijkheid om ons een beeld te vormen van de virtuele en ideologische netwerken die zich in onze fysieke omgeving bevinden. Niet alleen van de tijd waarin het werk bedacht en voltooid werd, maar ook van de momenten daarna, waarin het gebruikt, herbruikt en ingebed raakt binnen de verschillende – en vaak overlappende – narratieven die zich wel degelijk in Nederland bevinden. En dit is relevant omdat onze kijk op de wereld om ons heen sterk gestuurd wordt door de informatie die vanuit allerlei hoeken op ons af komt. In iemand die met z’n ogen op z’n smartphone over straat loopt, zie ik ondertussen een Pok√©monGo-speler. Zo had ik tot drie weken geleden nog nooit over zulke mensen gedacht.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *