De mogelijkheden van een publiek

Volgens Daniel Buren zijn vrijwel alle sculpturen die we in onze straten vinden saai en tandeloos of op zo’n complexe manier onopvallend dat alleen een goed geschoolde kunsthistoricus ze begrijpt. Hij weidt dit aan het feit dat kunstenaars uiteindelijk (een goede 100 jaar geleden) werden gedwongen om zich in productie te beperken tot werk voor het museum, waardoor het contact met de buitenwereld – en dan vooral de ongetrainde toeschouwer daarin – afgesneden. De toeschouwer die nooit een artistieke training of opleiding genoten heeft en zich geen specialist kan noemen, komt er hierdoor bekaaid vanaf, ook al kan deze toeschouwer net zozeer verlicht zijn.
Wat mij hierbij alleen opvalt, is dat Buren ervan uitgaat dat de kunst hierbij een soort verheffende functie zou hebben. Een functie die overigens vaak aan kunstwerken wordt toebedeeld. Maar wat als het niet het kunstwerk zelf is, maar wat wij als kijkers er mee doen? Een kunstwerk kan absoluut je kijk op de realiteit openbreken, maar wat er daarna gebeurt heeft veel te maken met wie en waar je bent. Het is vergelijkbaar met hoe Gilles Deleuze en Felix Guattari omschrijven wat een concept is in hun boek What is Philosophy? Zij beredeneren dat ieder concept een verleden heeft, waarbij delen overeenkomen met andere concepten en welke bestaan op verschillende niveau’s. Maar hiernaast kennen zij aan concepten ook een wording toe. A concept requires not only a problem through which it recasts or replaces earlier concepts but a junction of problems where it combines with other coexisting concepts.
Als je op deze manier kijkt naar de bedoeling achter het maken van een kunstwerk, als concept, dan staat de betekenis van het werk niet vast. Dan wordt het onderdeel van een veelzijdig spel tussen verleden en de verschillende toekomsten die mogelijk zijn. Onopvallend voor de een, kan zomaar betekenen dat het werk van immense betekenis is voor een ander. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat de identiteit van het kunstwerk alleen maar wordt bepaald door wat er achteraf mee gebeurd. Dezelfde Deleuze en Guattari wijzen in hun beschrijving van een concept op de componenten waaruit ieder concept is opgebouwd. Hoewel dit een heterogene verzameling is van veelal op bestaande concepten gebaseerde componenten, ze zijn binnen het specifieke concept onafscheidelijk. Hierin schuilt wellicht een verklaring voor Burens mening over het weinig uitgesproken karakter van beelden in de publieke ruimte. Hij geeft namelijk ook aan dat wanneer een sculptuur zich op de voorgrond plaatst either by its formal ambition or because of the site it disrupts, or for both these reasons at once, het op een felle reactie van het publiek kan rekenen. En doordat deze werken vaak worden geplaatst vanuit een overheid of instelling die het publiek in de basis positief wil benaderen, staat er in deze gevallen zelden een voorvechter voor de meer provocerende kunst. Het risico van deze provocatie heeft daarin naar mijn mening alleen niets te maken met de manier waarop het werk verheffend werkt. Dit risico schuilt in een combinatie van componenten binnen het werk als concept. Als deze combinatie zo onvanzelfsprekend is dat niet duidelijk is bij welke ideeën aansluiting wordt gevonden, dan wordt het werk een spannende speler op straat.

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *